Mathias Vanden Borre

Mathias Vanden Borre

2de plaats Brussels Parlement

Vlaanderen kan Brussel uit armoede halen, Charleroi niet

Het voorbije weekend lieten Charles Piqué en Paul Magnette (PS) een opgemerkt interview noteren in La Libre Belgique. Hun voornaamste gemeenschappelijke doelstelling blijkt “de historische as Brussel-Charleroi” uitbouwen. Waarom? Mijn wenkbrauwen schoten de hoogte in bij het lezen van de gevaarlijke fantasieën van deze PS-coryfeeën. Als Brusselse NVA-mandataris en kandidaat bij de komende Gewestverkiezingen vind ik het nodig hierop te reageren.

Het kanaal Brussel-Charleroi is een leuke fietsroute, een daguitstap uit het fietsonvriendelijke Brussel. Het weekendinterview maakt hier geen vermelding van. Jammer. Ik ga zelf soms fietsen langs het kanaal tussen de twee steden. De eerste kilometers vanuit Brussel verlopen ietwat moeizaam langs enkele werven die reeds een tiental jaar openstaan of aangekondigd zijn (niet-gerealiseerde fietsbruggen, half-afgewerkte parken, plotse omleidingen). Wanneer je Anderlecht voorbij bent, wordt het mooi en aangenaam: een breed afgescheiden fietspad en veel groen langs het kanaal. Eenmaal Halle voorbij krijg je er nog een gratis geschiedenisles bij: verlaten industriële sites, relicten van een kool- en staalverleden. Dit is dus de historisch sterke as waar beide PS-boegbeelden naar verwijzen. As mag je dan letterlijk nemen: vergane glorie, opgebrande geschiedenis.

Op economisch vlak zijn beide historische groeipolen helaas zeer sterk achteruitgegaan. De economische situatie van beide steden is sterk verschillend en kan dus niet de reden van de achteruitgang zijn. Charleroi was vroeger het centrum van de kool- en staalindustrie: een echte arbeidersstad. Vandaag staat de stad vooral bekend als regionale luchthaven en als een van de armste steden van het land. Brussel is uiteraard onze hoofdstad met vele instellingen, bedrijfszetels en epicentrum van de Europese politiek: een echte kenniseconomie. Echter, bedrijven trekken weg uit de stad en worden nauwelijks vervangen door nieuwe aanwinsten. Van de tien armste gemeenten van het land, liggen er maar liefst zeven in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Nochtans was dit dertig jaar geleden niet zo: de Brusselaar was toen bovengemiddeld rijk.

De verklaring van de achteruitgang ligt niet bij economische factoren. Er zijn voldoende voorbeelden van historische arbeidssteden die zich intussen hebben geheroriënteerd. Ook in andere Europese hoofdsteden gaat het vaak beter dan in Brussel: kijk naar Amsterdam, Wenen, Kopenhagen, Oslo. Wat is wel een echte gelijkenis tussen beide steden? Juist, de PS. In Charleroi is de PS, mits een tussenpaus van CdH, sinds 1977 onafgebroken aan de macht. Sinds de oprichting van het Brussels Gewest in 1989 zit de PS onafgebroken in de Gewestregering en vaardigt 25 jaar de minister-president af. Het tastbare resultaat van de PS-hegemonie is duidelijk: beide steden zijn een schim van hun historisch sterke verleden.

De sterke gelijkenissen tussen Brussel en Charleroi waar de heren Picqué en Magnette naar verwijzen, is economische stilstand en stijgende armoede. Op deze basis willen beide heren dus samenwerken om hun macht te bestendigen, want op het einde van het interview komt de aap uit de mouw: “Ce pays ne pourra se survivre à lui-même que s’il y a un rapport de forces équilibré pour aller négocier avec les Flamands.” Alles tegen de Vlamingen. Dit geeft een duidelijk beeld van de psyche en strategische agenda van de PS: demografische forcing voeren tegen Vlaanderen. Geen samenwerking maar usurpatie. De Vlaamse partijen die hier reeds jarenlang moedwillig aan meewerken laten elke hardwerkende Vlaming én Brusselaar in de steek. Het is pas door de band met Vlaanderen aan te halen, dat ook Brussel zal opleven. Ik pleit voor een sterk Brussels stadsgewest met eengemaakte bevoegdheden, een hernieuwde economische samenwerking met Vlaanderen en een gezonde, evenwichtige participatie van de gemeenschappen in Brussel. Voor verandering, voor vooruitgang, voor Brussel!